Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[Beheer] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
[geintimeerde 3.],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/262542/KG ZA 13-288)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- Restant hoofdsom € 610.000,00
- Achterstallige rente t/m 31-1-2012 € 15.860,76
rekening-courant, oorspronkelijk groot (…) (€ 75.000,00) en thans groot (…)
overeenkomst van geldlening, oorspronkelijk groot (…) (€ 750.000,00) en thans groot (…) (€ 582.500,00),
De schuldeiser en Koper hebben een koopovereenkomst gesloten die betrekking heeft op:
Ter uitvoering van de koopovereenkomst levert verkoper aan koper die in eigendom aanvaardt (…)
a. De koopsom voor de vordering bedraagt (…) (€ 165.000,00).’
in conventiede vordering van Allroad afgewezen en haar veroordeeld in de proceskosten. Daartoe oordeelde de voorzieningenrechter – zeer kort samengevat – dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de vordering van Rabobank niet rechtsgeldig aan Allroad is geleverd en dat sprake is van een groot restitutierisico zodat de geldvordering van Allroad zich niet leent voor toewijzing in kort geding.
In reconventieheeft de voorzieningenrechter, oordelende dat uit het in conventie overwogene volgt dat de vordering van Allroad summierlijk ondeugdelijk is gebleken, het beslag op de woning van [geintimeerde 1.] opgeheven en Allroad veroordeeld om het beslag in de kadastrale registers te doen doorhalen. Voorts heeft de voorzieningenrechter het door [geintimeerde 1.] gevorderde beslagverbod afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
van Rabobankten onrechte niet door haar maar door Bodemgoed aan Allroad is geleverd, dit nooit tot de conclusie kan leiden dat de vordering toevalt aan Bodemgoed.
5.De uitspraak
- op € 333,67 aan verschotten en op € 408,00 aan salaris advocaat voor de procedure in eerste aanleg in conventie;
- op € 2.558,84 aan verschotten en € 1.631,50 aan salaris advocaat voor het hoger beroep; en
- bepaalt dat deze bedragen binnen zeven dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;