Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, werkzaam in een huisartsenpraktijk samen met haar echtgenoot, stelde dat zij in 2005 voldeed aan het urencriterium voor ondernemersfaciliteiten en dat het samenwerkingsverband gebruikelijk was. Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend waren. In 2005 was zij nog fysiotherapeute en volgde zij opleidingen tot doktersassistente en praktijkondersteuner, wat niet als hoofdactiviteit telt.
Het hof stelt vast dat de hoofdactiviteiten van de praktijk de huisartsactiviteiten zijn, terwijl ondersteunende werkzaamheden zoals die van belanghebbende niet direct omzet genereren. De managementtaken en investeringsbeslissingen van belanghebbende zijn te beperkt om als hoofdactiviteiten te kwalificeren. Ook is het samenwerkingsverband met haar echtgenoot niet gebruikelijk in de branche, mede omdat het niet aannemelijk is dat een onafhankelijke derde een dergelijke samenwerking zou aangaan.
De door belanghebbende overgelegde urenstaten en verklaringen zijn achteraf opgesteld en missen bewijskracht. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op ondernemersfaciliteiten over 2005. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet vergoed en proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.