Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
29 maart 2013, nummer AWB 12/4797, in het geding tussen
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.335 m2; belanghebbende berekent deze extra grond op 1.188 m2.
In zijn taxatierapport taxeert de heer [E] de onroerende zaak per 1 januari 2009 op
€ 690.000 en per 28 december 2012 op € 630.000. In het verweerschrift van belanghebbende in hoger beroep van 8 juli 2013 is een door de heer [E] opgestelde waardeberekening opgenomen die resulteert in een door hem gedane schatting van de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2011 van € 659.075.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
€ 660.000.
€ 100, zodat mijn kosten € 750 bedragen.
4.Gronden
In het verweerschrift van belanghebbende in hoger beroep van 8 juli 2013 is een door de heer [E] opgestelde waardeberekening opgenomen, die resulteert in een door hem gedane schatting van de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2011 van € 659.075.
€ 719.000. Een verdere onderbouwing voor de waarde in goede justitie acht het Hof niet goed mogelijk en, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, nr. 07/13305, ECLI:NL:HR:2010:BK9136, BNB 2010/80, ook niet noodzakelijk. De waardebepaling in goede justitie leent zich immers slechts in beperkte mate voor motivering.
16 april 2014 claimt hij, naast zijn werkelijke proceskosten in hoger beroep, tevens de proceskosten, zoals toegekend door Rechtbank Zeeland-West-Brabant in “procedurenummer AWB 12/4797”. In zijn bij dit formulier gevoegde “Specificatie proceskosten” beperkt hij zijn proceskosten bij de Rechtbank dan ook tot het door de Rechtbank in haar uitspraak te dier zake toegekende bedrag van in totaal € 628.
€ 207,90
€ 106,66
€ 200,00
5.Beslissing
- verklaart zowel het hoger beroep van belanghebbende als dat van de Heffingsambtenaar ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank;
- bepaalt dat van de gemeente Moerdijk ter zake van het door de Heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep door tussenkomst van de griffier een griffierecht wordt geheven van € 478,
- veroordeelt de Heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 837,96; en
- wijst de gemeente Moerdijk aan als de rechtspersoon die de proceskosten moet vergoeden.
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.