ECLI:NL:GHSHE:2012:BX4443
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J. Swinkels
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over optierechten en kwade trouw bij niet-opgave
Belanghebbende genoot in de jaren 2002 tot en met 2006 inkomsten uit optierechten die waren verbonden aan voorwaarden zoals het verstrijken van een looptijd en het in dienst blijven. Het geschil betrof de vraag of het belastbare voordeel ontstond bij toekenning (grant date) of bij het onvoorwaardelijk worden (vesting) van de opties. Het hof volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en bevestigt dat het voordeel belastbaar is bij vesting, conform het standpunt van de Inspecteur.
Daarnaast oordeelt het hof dat belanghebbende, gezien zijn functie als Human Resources Director en zijn kennis van de fiscale regels, te kwader trouw heeft gehandeld door het voordeel niet aan te geven in zijn aangiften. Het hof wijst een beroep op het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel af en concludeert dat er geen sprake is van vrijwillige verbetering van de aangifte.
De boete opgelegd door de Inspecteur wordt door het hof deels bevestigd, maar vanwege het pleitbare standpunt van belanghebbende wordt de boete geheel vernietigd door de rechtbank. Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat belanghebbende te kwader trouw was, waardoor navordering terecht is, maar vernietigt de boetebeschikking.