ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8258
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Verhaal onverschuldigd betaald wachtgeld door APG na privatisering en overgang werkgever
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen APG, rechtsopvolger van Stichting Pensioenfonds ABP, en een voormalig werknemer over de terugvordering van wachtgelduitkeringen die onverschuldigd door APG zijn betaald via USZO.
De werknemer was oorspronkelijk in dienst bij ABP, dat in 1996 werd geprivatiseerd, waarna hij via overgang van onderneming bij Vesteda in dienst kwam. Na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst in 2000 ontving hij een wachtgelduitkering van USZO namens APG, die later werd stopgezet omdat deze onterecht was toegekend. APG vorderde daarop terugbetaling van de uitkeringen.
De werknemer voerde aan dat USZO namens APG afstand had gedaan van terugvordering en dat APG zich op Vesteda moest verhalen. Het hof oordeelde dat APG rechtmatig handelde, dat USZO niet bevoegd was om afstand te doen, en dat de werknemer niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op afstand. Ook werd geoordeeld dat APG recht heeft op terugvordering van het netto bedrag plus loonbelasting, maar dat terugvordering van WAO-afdrachten nader moet worden onderbouwd.
Het hof verwees de zaak voor nadere conclusies over de exacte omvang van de vordering en de vraag van verjaring, en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof bevestigt het recht van APG op terugvordering van netto betaalde wachtgelduitkeringen en loonbelasting, en houdt verdere beslissingen aan voor nadere conclusies.