Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X.] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2],
[Y.] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2],
5.Het tussenarrest van 15 november 2011
6.De verdere procedure
7.De gronden van het hoger beroep
8.De beoordeling
– kort gezegd – zogenaamde Woodstone vloeren, marmoleum vloeren en schoonloopmatten geleverd en gelegd en kitwerk verricht.
“(…)
– terecht – ontevreden over de bevindingen van de deskundige. Ik doel hiermee niet op de uitkomst, maar wel op de onderbouwing van de betreffende deskundige.
in dezen ook daadwerkelijk een verwijt te maken valt van uw conclusie dat alleen volledig herstel van het geleverd acceptabel is. Ik doel hiermee op de aanvullende vragen, die vermeld staan in de brief van 14 januari 2009 van DAS Rechtsbijstand. In uw berichtgeving gaat u geheel voorbij aan de vraag of cliënte van de geconstateerde gebreken ook daadwerkelijk een verwijt te maken valt.
“Naar aanleiding van het verzoek zijn er een aantal vragen gesteld en heb ik de heer [deskundige 2] gevraagd ter plaatste als deskundige de uitgevoerde werkzaamheden te bekijken.
met inachtneming van de gegeven vraagstelling tot een eindoordeel in deze (…) te komen.
primaireen verklaring voor recht dat partijen gehouden zijn aan het bindend advies van 30 maart 2010;
9.De uitspraak
J. Hallebeek en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 december 2012.