ECLI:NL:GHSHE:2011:BV2384
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Swinkels
- P.A.G.M. Cools
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid navorderingsaanslag en hoogte vergrijpboete bij buitenlandse banktegoeden
Belanghebbende hield in 1999 tegoeden aan bij banken in Duitsland en Zwitserland en gaf deze inkomsten niet aan bij de Nederlandse fiscus. De Belastingdienst kwam in mei 2005 via buitenlandse autoriteiten hiervan op de hoogte en startte een onderzoek. Na correspondentie en een hoorzitting legde de inspecteur in november 2006 een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur niet met redelijke voortvarendheid had gehandeld en dat de boete te hoog was. Het hof oordeelde dat de inspecteur voldoende voortvarend te werk was gegaan, rekening houdend met de benodigde tijd voor het verzamelen van informatie en correspondentie met belanghebbende.
De boete werd gematigd tot 20% door de rechtbank, maar belanghebbende wilde verdere verlaging tot nihil. Het hof vond de boete passend gezien het substantiële bedrag aan niet aangegeven buitenlandse inkomsten en het opzettelijk verzwegen karakter daarvan. Financiële omstandigheden van belanghebbende rechtvaardigden geen verdere matiging.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het griffierecht niet hoefde te worden vergoed omdat dit niet was geheven. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag en vergrijpboete van 20%.