ECLI:NL:GHSHE:2011:BV1514
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting na verkoop onroerende zaken
Belanghebbende verkocht in 1999 een aantal onroerende zaken aan Koper voor een bedrag van ƒ 5.500.000,- (€ 2.495.791,19). De koopprijs werd voldaan op een kwaliteitsrekening, maar er werd toen geen omzetbelasting betaald. In 2005 vond feitelijke levering plaats en werd een nota opgemaakt met een bedrag aan omzetbelasting van € 474.200,33.
Belanghebbende stelde dat de betaling in 1999 een vooruitbetaling was waarvoor toen al omzetbelasting van € 371.714 verschuldigd was, zodat in 2005 slechts een lager bedrag aan omzetbelasting verschuldigd zou zijn. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 371.714, welke belanghebbende betwistte.
Het hof stelde vast dat de onroerende zaken in 2005 dezelfde waren als in 1999 en ging ervan uit dat de betaling in 1999 als vooruitbetaling met omzetbelasting van € 371.714 kon worden aangemerkt. Het hof corrigeerde het te hoge bedrag aan omzetbelasting op de nota uit 2005 en bevestigde dat belanghebbende het verschil van € 403.574 aan omzetbelasting verschuldigd was.
De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd, waarbij het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag was opgelegd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.