ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8499
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- J. Swinkels
- D.M. Weber
- Rechtspraak.nl
Woning blijft eigen woning ondanks bewoning door dochter volgens artikel 3.111 Wet IB 2001
Belanghebbende is eigenaar van een woning die sinds 1993 door hem en zijn gezin werd bewoond. Na verhuizing naar het buitenland bleef hij de woning aanhouden. Sinds 15 maart 2007 wordt de woning bewoond door zijn oudste dochter, die na haar studietijd terugkeerde omdat zij geen passende woonruimte kon vinden.
De inspecteur stelde dat de woning aan derden ter beschikking werd gesteld en daardoor niet langer als eigen woning kon worden aangemerkt volgens artikel 3.111 lid 6 Wet IB 2001. Belanghebbende stelde dat hij de woning te allen tijde kon gebruiken en dat de dochter geen zelfstandige derde was, maar deel uitmaakte van het gezin.
Het hof oordeelde dat de woning de belastingplichtige ter beschikking blijft staan zolang deze de vrije beschikkingsmacht behoudt en dat het verblijf van de dochter niet leidt tot terbeschikkingstelling aan derden. De inspecteur kon niet aantonen dat de woning aan derden was verhuurd of gedoogd werd gebruikt. Het hof verklaarde het hoger beroep en het incidentele hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de woning ondanks bewoning door de dochter als eigen woning blijft gelden en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.