ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8497
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- P.A.M. Pijnenburg
- A.J. van Soelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermindering onroerendezaakbelasting voor verzorgingshuisgrond en opstal
Belanghebbende, gebruiker van een verzorgingshuis op een perceel van 13.000 m2 waarvan 3.600 m2 bebouwd is, stelde dat een deel van de onbebouwde grond hoofdzakelijk dienstbaar was aan woondoeleinden en daarom in aanmerking moest komen voor vermindering van de onroerendezaakbelasting op grond van artikel 220f, lid 8, van de Gemeentewet.
De Hoge Raad had eerder vastgesteld dat 49% van de waarde van de opstal aan woondelen toebehoort en dat dit percentage ook voor de ondergrond geldt. Het hof bevestigde dat 49% van de ondergrondwaarde aan de woondelen moet worden toegerekend. Belanghebbende voerde een uitzondering aan voor de onbebouwde grond, maar slaagde er niet in de benodigde feiten en omstandigheden te stellen en te bewijzen.
Het hof oordeelde dat de onbebouwde grond niet hoofdzakelijk dienstbaar is aan woondoeleinden en daarom niet kan delen in de gebruikersfaciliteit van artikel 220f, lid 8. De aanslag werd verminderd tot een bedrag dat eerder te laag dan te hoog was. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Er werd geen griffierecht geheven voor het hoger beroep en geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt vastgesteld op € 3.939.