ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2765
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P.M. Huijbers-Koopman
- H.A.W. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling postwhiplashklachten en causaal verband na verkeersongeval met pre-existente klachten
Op 21 februari 2001 raakte [X.] betrokken bij een verkeersongeval waarbij zij als passagier hoofd- en nekletsel opliep. Zij stelde dat zij sindsdien ernstige postwhiplashklachten had, waaronder hoofdpijn, nekpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen, en vorderde schadevergoeding van Unigarant, de aansprakelijke verzekeraar.
De rechtbank stelde vast dat het rapport van neuroloog [F.] onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van de klachten en het causaal verband met het ongeval, mede vanwege pre-existente klachten van [X.] zoals hoofdpijn en armklachten. Het hof oordeelde echter dat het rapport van [F.] wel voldoende bewijs bevat voor het bestaan van de klachten en het verband met het ongeval, maar dat vanwege de pre-existente klachten nader deskundigenonderzoek noodzakelijk is om te bepalen welke klachten volledig aan het ongeval zijn toe te rekenen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het rapport van [F.] werd afgewezen, bekrachtigde het overige en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof stelt het bestaan van klachten en het causaal verband vast op basis van het rapport, maar verwijst de zaak terug voor nader deskundigenonderzoek vanwege pre-existente klachten.