ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ0006
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.M. Pijnenburg
- J.W.J. Huige
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over recht op integrale proceskostenvergoeding bij zelfstandigenaftrek
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003, waarbij zij zelfstandigenaftrek en diverse kosten had opgevoerd. De rechtbank verleende haar de zelfstandigenaftrek en kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe van € 966. In hoger beroep was alleen nog de vraag aan de orde of belanghebbende recht had op een integrale proceskostenvergoeding van € 5.890.
Het hof overwoog dat een integrale proceskostenvergoeding alleen toekomt indien het bestuursorgaan een besluit neemt of handhaaft waarvan op dat moment duidelijk is dat het in beroep geen stand zal houden. Dit was niet het geval, mede gelet op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die een dienstbetrekking aannam. Verder waren er geen bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de aanslag en heffingsrente betrof, stelde het belastbaar inkomen vast op € 35.357 en bepaalde een lagere proceskostenvergoeding van € 644. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 110 vergoed. De overige correcties en de zelfstandigenaftrek bleven ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de aanslag en heffingsrente betreft en wijst geen integrale proceskostenvergoeding toe.