ECLI:NL:GHSHE:2010:BP1925
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.G.M. Cools
- P.A.M. Pijnenburg
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn ondanks detentie
Belanghebbende ontving het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de rechtbank pas eind januari 2009 tijdens zijn detentie, waarna de beroepstermijn van zes weken startte. Hij diende op 6 augustus 2009 pro forma hoger beroep in, maar dit werd bijna vijf maanden te laat ingediend bij de rechtbank, een onbevoegde instantie. De rechtbank zond het beroepschrift door aan het Hof.
Belanghebbende beriep zich op artikel 6:11 Awb Pro, stellende dat zijn detentie en het ontbreken van een rechtshelper hem verhinderden tijdig beroep in te stellen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende zelf bezwaar had ingediend en voldoende op de hoogte was van de procedure, waardoor geen sprake was van een verontschuldigbare termijnoverschrijding.
De Inspecteur trok zijn eerdere stelling in dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een rechtsmiddel tegen de definitieve aanslag. Het Hof stelde vast dat de termijn voor hoger beroep op 13 maart 2009 was geëindigd en dat de indiening op 7 augustus 2009 te laat was. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het Hof wees tevens een verzoek tot vergoeding van griffierecht af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. De uitspraak werd op 6 augustus 2010 gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.