ECLI:NL:GHSHE:2010:BN4056
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens verjaring van strafvordering voor rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid
De verdachte werd beschuldigd van het besturen van een motorrijtuig op 29 augustus 2000 terwijl hem de rijbevoegdheid was ontzegd. Het hof onderzocht ambtshalve of de strafvordering niet was verjaard, gezien de tijd die verstreken was sinds het feit.
De verjaringstermijn voor het ten laste gelegde feit bedroeg zes jaar, aanvangend op 30 augustus 2000. Hoewel een stuiting van de verjaring plaatsvond door de betekening van de verstekmededeling aan de griffier op 21 november 2001, was er geen verdere daad van vervolging voor 22 november 2007. Hierdoor verviel het recht tot strafvordering per die datum.
Het hof interpreteerde artikel 72, tweede lid, Sr zodanig dat de verjaringstermijn telkens opnieuw begint na een stuiting, maar dat het recht tot strafvordering in elk geval vervalt na het verstrijken van twee maal de oorspronkelijke verjaringstermijn. Gezien het ontbreken van vervolgingshandelingen binnen deze termijn, verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de strafvordering.