ECLI:NL:HR:2010:BK6357
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart vervolging niet-ontvankelijk wegens verjaring oplichting
In deze zaak stond de vraag centraal of de vervolging van verdachte wegens oplichting uit 1995 nog ontvankelijk was, gelet op de verjaringstermijn. Het hof had verdachte bij verstek veroordeeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van zes jaar, zoals bepaald in het oude art. 70 Sr Pro, was verstreken omdat geen daad van vervolging binnen die termijn was verricht.
De Hoge Raad stelde vast dat bij wetswijzigingen omtrent verjaring de nieuwe regels direct van toepassing zijn, tenzij de verjaring al was voltooid. Hier was geen stuiting van verjaring aangetoond in de zes jaar voorafgaand aan 1 januari 2006, toen de wet werd gewijzigd. Hierdoor was het recht tot strafvordering vervallen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de tenlastelegging en strafoplegging betrof en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. De overige middelen werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens verjaring van het tenlastegelegde oplichtingsfeit.