ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5265
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Spoor
- Walsteijn
- Koster-Vaags
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanspraak werknemer op winstparticipatie na niet doorgaan project
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of werknemer [Y.] aanspraak kan maken op een vergoeding wegens niet gerealiseerde winstparticipatie in het project [projectnaam 2]. Partijen hadden in 1997 afspraken gemaakt over een participatie van 24% in dit project, dat uiteindelijk niet doorging vanwege gemeentelijke eisen.
De werknemer vordert een schadevergoeding ter grootte van de winst die hij had kunnen behalen, terwijl de werkgever stelt dat de werknemer de risico's van het project droeg en dat er geen verplichting tot compensatie bestond bij het niet doorgaan. De kantonrechter wees de vordering grotendeels toe en stelde een deskundigenonderzoek in om de waarde van de winstpotentie vast te stellen.
Het hof oordeelt dat de werknemer recht heeft op een vergoeding omdat partijen een bindende toezegging hebben gedaan om het verleden af te wikkelen via participatie in het project. Het niet doorgaan van het project was een onvoorziene omstandigheid. De waarde van de participatie wordt vastgesteld op € 496.592,- per 6 januari 1997. De wettelijke rente wordt toegekend vanaf 20 juni 2002, toen de werkgever zich op het standpunt stelde dat zij niet langer tot nakoming bereid was.
De grieven van de werkgever worden afgewezen, behalve die over de rentevordering. Het hof wijst de kosten van het geding toe aan de werknemer en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werknemer krijgt een schadevergoeding van € 496.592,- met wettelijke rente vanaf 20 juni 2002 wegens niet nagekomen winstparticipatie.