ECLI:NL:PHR:2011:BP1406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst en belastingheffing bij schadevergoeding wegens wanprestatie in arbeidsrelatie
Deze zaak betreft de uitleg van een overeenkomst tussen een werknemer en zijn werkgever over een winstparticipatie in een project dat uiteindelijk niet is doorgegaan. De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens wanprestatie omdat de afgesproken participatie niet werd nagekomen.
De Hoge Raad bevestigt dat de gemaakte afspraak niet kan worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst. Het hof had geoordeeld dat de werknemer recht had op een bruto aandeel van 24% in het projectresultaat, ongeacht de belastingheffing die daarop zou volgen. De Hoge Raad overweegt dat het hof bij de schadebegroting terecht geen rekening heeft gehouden met de belastingheffing op het niveau van de project-GmbH, omdat dit een complexe en speculatieve factor is die niet automatisch in de schadevergoeding moet worden verdisconteerd.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof het bewijsaanbod van de werkgever terecht heeft gepasseerd omdat het niet tot een andere uitleg van de overeenkomst zou leiden. Ook is het oordeel van het hof dat de belastingheffing aan de zijde van de project-GmbH niet relevant is voor de schadevergoeding, niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof heeft terecht geoordeeld dat de schadevergoeding bruto moet worden berekend zonder aftrek van belastingheffing.