ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ0460
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Huijbers-Koopman
- Vermeulen
- Giesen
- Rechtspraak.nl
Verjaring en redelijkheid bij aansprakelijkheid verkeersongeval minderjarig slachtoffer
Op 4 juni 1996 vond een ernstig verkeersongeval plaats waarbij [X.], destijds minderjarig, zwaar gewond raakte door een aanrijding met een betonmolen bestuurd door [Y.]. De betonmolen was eigendom van Vadèstru B.V. en uitgeleend aan Bemoti B.V. De moeder van [X.], [Z.], was haar wettelijke vertegenwoordiger en was direct na het ongeval op de hoogte van het incident en de betrokkenheid van de betonmolen.
Pas in 2003 en later werden Bemoti, Vadèstru en [Y.] aansprakelijk gesteld. De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, omdat [X.] en haar moeder kort na het ongeval bekend waren met de schade en de aansprakelijke personen, en de verjaringstermijn van vijf jaar daardoor was gestart. Het hof bevestigde dit oordeel, ondanks betwisting over de feitelijke bekendheid van [Z.] met de identiteit van de aansprakelijke personen.
Het hof overwoog dat het subjectieve bekendheidscriterium inhoudt dat de benadeelde daadwerkelijk bekend moet zijn met de schade en de aansprakelijke persoon, maar dat deze niet kan volstaan met stilzitten indien de identiteit eenvoudig te achterhalen was. De omstandigheden van [Z.] rechtvaardigden geen uitzondering. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, mede omdat de wettelijke vertegenwoordiging juist is ingesteld om minderjarigen te beschermen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [X.] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van [X.] is verjaard en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.