ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4180
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens strijd met artikel 18 EG-verdrag bij incidenteel gebruik buitenlandse auto
Belanghebbende gebruikte incidenteel de in Duitsland geregistreerde auto van zijn zwager om zijn moeder van en naar een verzorgingshuis te vervoeren. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op wegens het gebruik van de weg in Nederland. Hoewel de aanslag naar nationaal recht terecht was, oordeelde het Hof dat deze in strijd was met artikel 18 EG Pro-verdrag omdat het gebruik van de auto niet hoofdzakelijk in Nederland plaatsvond en de heffing het vrije verkeer van personen belemmerde.
Het Hof baseerde zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de Hoge Raad, waarbij het evenredigheidsbeginsel centraal stond. De naheffingsaanslag was niet evenredig aan het gebruik van de auto in Nederland en vormde een disproportionele belemmering van het vrije verkeer. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De zaak illustreert de toepassing van het gemeenschapsrecht op nationale belastingheffingen en bevestigt dat incidenteel privégebruik van een in een andere lidstaat geregistreerde auto niet zonder meer aanleiding mag zijn tot naheffing BPM, indien dit leidt tot discriminatie of disproportionele belastingheffing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd wegens strijd met artikel 18 EG-verdrag en het evenredigheidsbeginsel.