ECLI:NL:GHSHE:2008:BH5749
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaken geërfd in Duitsland vallen in Nederlandse gemeenschap van goederen
De vrouw erfde vóór haar huwelijk met de man twee onroerende zaken gelegen in Duitsland van een Duitse erflaatster. Het geschil betrof de vraag of deze onroerende zaken vielen binnen de Nederlandse gemeenschap van goederen waarin partijen waren gehuwd.
Het hof stelde vast dat volgens zowel Nederlands als Duits internationaal privaatrecht het Nederlands huwelijksgoederenrecht van toepassing is. Omdat het testament van de erflaatster geen uitsluitingsclausule bevatte zoals bedoeld in artikel 1:94 lid 1 BW Pro, behoren de onroerende zaken in beginsel tot de gemeenschap van goederen.
De vrouw voerde aan dat een correctie op deze uitkomst passend was, omdat het Duitse stelsel van huwelijksvermogensrecht anders is en de erflaatster niet kon voorzien dat de vrouw zou trouwen. Het hof verwierp dit en stelde dat ook het Duitse recht een uitsluitingsclausule kent en dat de vrouw door het ontbreken van huwelijkse voorwaarden niet kon voorkomen dat de zaken in de gemeenschap vielen.
Daarnaast werd de taxatiewaarde van de onroerende zaken betwist door de man, die een onafhankelijke taxatie eiste. Het hof besloot de zaak naar de rol te verwijzen voor nadere stukken en een onafhankelijke taxatie. Ook werd de peildatum voor waardering en de omvang van een hypothecaire geldlening besproken, waarbij nadere informatie werd verlangd.
De zaak werd aangehouden voor verdere besluitvorming na nadere stukken en deskundigenrapporten.
Uitkomst: De onroerende zaken vallen in de Nederlandse gemeenschap van goederen; een onafhankelijke taxatie wordt bevolen.