ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4374
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.G.F.M. de Kok
- Heidinga
- Groenewald
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens onrechtmatige onttrekkingen en betwiste decharge in faillissement
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal die tijdens zijn leiding onttrekkingen en betalingen heeft verricht die niet in het belang van de vennootschap waren en mogelijk de schuldeisers hebben benadeeld. De curator stelt dat deze handelingen onrechtmatig zijn en leidt tot schade voor de schuldeisers, terwijl de bestuurder zich beroept op een jaarlijks verleende decharge die hem zou vrijwaren.
Het hof constateert dat er geen relevante notulen of jaarrekeningen zijn overgelegd die de decharge kunnen bevestigen en dat de curator deze decharge gemotiveerd betwist. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de onttrekkingen en betalingen hebben geleid tot benadeling van de schuldeisers, mede omdat schuldeisers uit die periode zijn betaald en de vennootschap destijds winstgevend was.
De curator baseert zijn vordering op onrechtmatige daad en kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof oordeelt dat de onttrekkingen en betalingen kennelijk onbehoorlijk bestuur vormen, mede gelet op strafrechtelijke veroordelingen wegens fiscale en valsheid in geschrifte feiten. De curator mag echter niet worden gehinderd door een betwiste decharge, waarvoor de bestuurder bewijs mag leveren.
De vordering tegen de vennootschap wordt afgewezen. Het hof wijst de zaak toe voor bewijslevering door de bestuurder en stelt een procedure voor getuigenverhoor in. De beslissing over de vordering tegen de vennootschap BMA wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over de decharge en houdt verdere beslissing aan; vordering tegen BMA wordt afgewezen.