ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2534
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Beelen
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Verordening baatbelasting herinrichting centrum Winterswijk onverbindend wegens onvoldoende onderbouwing kostenvoorzieningen
Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak in Winterswijk en werd geconfronteerd met een baatbelastingaanslag voor de herinrichting van het centrum. De gemeente had een verordening vastgesteld om kosten te verhalen die verband hielden met voorzieningen in het centrum. De totale kosten van de herinrichting bedroegen ƒ 6.400.000, waarvan ƒ 3.000.000 via baatbelasting werd verhaald. De gemeente stelde dat een bedrag van ƒ 3.400.000 betrekking had op werkzaamheden die niet tot voorzieningen in de zin van artikel 222, lid 1, Gemeentewet leidden, maar kon dit niet nader onderbouwen.
Tijdens de zitting erkende de gemeente dat er geen splitsing was gemaakt tussen onderhoudskosten en kosten van verbetering en dat een dergelijke splitsing ook niet meer mogelijk was. Het hof oordeelde dat zonder een controleerbare splitsing en onderbouwing niet aannemelijk was gemaakt dat de kosten betrekking hadden op voorzieningen die baatbelasting rechtvaardigen.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de aanslag en de bestreden uitspraak, en verklaarde de verordening onverbindend. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed en de gemeente veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 9 november 2006.
Uitkomst: De verordening baatbelasting wordt onverbindend verklaard en de aanslag vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de kostenvoorzieningen.