ECLI:NL:GHSHE:2006:AW1631
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.C.A.M. Claassens
- J.A. van Zon
- J.H.L.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake economische delict en commune delicten bij Wet toezicht kredietwezen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte, die een bestuurlijke boete had gekregen voor overtreding van artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), ook strafrechtelijk vervolgd kon worden voor oplichting en verduistering. De bestuurlijke boete was opgelegd wegens het zonder vergunning aantrekken van gelden van het publiek als kredietinstelling in de periode van 25 augustus 2001 tot en met 4 maart 2003. De strafrechtelijke vervolging betrof oplichting en verduistering gepleegd in een overlappende, maar langere periode.
Het hof stelde vast dat de strekking van het economische delict uit de Wtk 1992 en de commune delicten oplichting en verduistering verschillend is. De Wtk 1992 beoogt het algemene belang van een adequate werking van de financiële sector en bescherming van crediteuren op een collectief niveau, terwijl de strafrechtelijke delicten individuele vermogensbelangen beschermen. Hierdoor kan niet gesproken worden van hetzelfde feit in de zin van het ne-bis-in-idem-beginsel.
Daarnaast concludeerde het hof dat de gedragingen en schuld van de verdachte met betrekking tot het economische delict en de oplichting en verduistering niet zodanig samenhangen dat ze als hetzelfde feit kunnen worden aangemerkt. De bestuurlijke boete staat daarom niet in de weg aan de strafvervolging. Het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie werd verworpen en de gevorderde wijziging van de tenlastelegging werd toegelaten.
Uitkomst: De strafvervolging wordt niet belemmerd door de eerder opgelegde bestuurlijke boete en kan worden voortgezet.