ECLI:NL:GHSHE:2005:AT9475
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonheffing na overschrijding redelijke termijn en onjuiste bewijslast
De Inspecteur legde aan de belanghebbende een naheffingsaanslag loonheffing met verhoging op over de jaren 1990 tot en met 1994, waarvan de belanghebbende bezwaar maakte. De belanghebbende was in detentie en ontving de uitspraak op bezwaar niet tijdig, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Het Hof stelde vast dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de belanghebbende over de gehele periode inhoudingsplichtig was en dat de administratieplicht niet was nageleefd.
De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot het bedrag dat betrekking had op de loonheffing van een werknemer die erkend werd door de belanghebbende, namelijk fl. 2.569. De verhoging werd gematigd tot 43% vanwege het ontbreken van ernstige fraude en de geringe omvang van het bedrag. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de belanghebbende onvoldoende gelegenheid had gegeven om het bezwaar te motiveren en dat de Inspecteur niet tijdig alle relevante stukken had overgelegd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat mede leidde tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De belanghebbende werd ontvankelijk verklaard in het beroep en de naheffingsaanslag werd aangepast conform de bevindingen van het Hof.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot fl. 2.569 met een kwijtschelding van de verhoging tot 43%, en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.