ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8397
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- P. Fortuin
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van aandelenlease en aftrekbaarheid van vooruitbetaalde rente
Belanghebbende sloot in 1997 twee effectenlease-overeenkomsten met Bank B N.V. voor aandelen Dordtsche Petroleum en andere aandelen. De vraag was of deze aandelen in 1997 een bron van inkomen vormden en hoe de aftrek van vooruitbetaalde rente moest worden toegepast. Het hof stelde vast dat belanghebbende de aandelen lease-overeenkomsten financierde deels met een hypothecaire lening en deels uit eigen middelen.
De Inspecteur stelde dat de aandelen Dordtsche Petroleum geen bron van inkomen vormden in 1997, omdat redelijkerwijs niet viel te verwachten dat deze aandelen voordeel zouden opleveren binnen de looptijd van de overeenkomsten. Belanghebbende betwistte dit en wilde hogere renteaftrek toepassen. Het hof volgde de Inspecteur en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die bevestigt dat de aandelen geen bron van inkomen vormden. Tevens bevestigde het hof dat de wettelijke beperking van aftrek van vooruitbetaalde rente tot fl. 4.000,= geldt voor het gehele vooruitbetaalde bedrag.
De mondelinge behandeling vond plaats met gesloten deuren, waarbij partijen hun standpunten toelichtten en stukken overlegden. Het hof concludeerde dat de aanslag terecht was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2003 door het hof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.