ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8036
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- P. Fortuin
- J.L.H.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting op rente uit aanmerkelijk belang via familielid
Belanghebbende, woonachtig in België en zonder direct aandeel in een Nederlandse vennootschap, ontving rente op een schuldvordering op deze vennootschap. De Inspecteur rekende deze rente tot het binnenlandse onzuivere inkomen op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel c, onder 4°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het geschil betrof de vraag of deze rente terecht werd belast, gezien het feit dat niet belanghebbende zelf, maar zijn dochter een aanmerkelijk belang in de vennootschap bezit. Het Hof overwoog dat op grond van artikel 20a, vijfde lid, van de Wet de schuldvordering van belanghebbende wordt geacht tot een aanmerkelijk belang te behoren vanwege het aanmerkelijk belang van zijn dochter.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde dat belanghebbende hierdoor een sterke economische binding met Nederland heeft, waardoor de rente als binnenlands onzuiver inkomen belast mag worden. Proceskosten werden niet toegewezen omdat het beroep ongegrond was en er geen bijzondere omstandigheden waren.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.