ECLI:NL:HR:2000:AA8312
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste kwalificatie rente aanmerkelijk belang
Belanghebbende werd aanvankelijk ambtshalve aangeslagen voor een belastbaar inkomen van f 50.000 in 1989. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een belastbaar binnenlands inkomen van f 69.454, inclusief een verhoging van 100%, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Het Hof vernietigde de verhoging maar handhaafde de aanslag.
In cassatie stelde belanghebbende dat hij op het moment van renteontvangst geen aanmerkelijk belang meer had, omdat hij op 1 oktober 1989 naar België was verhuisd en de aandelen al op 18 mei 1989 had vervreemd. De Hoge Raad oordeelde dat de rente niet als binnenlands onzuiver inkomen kon worden aangemerkt, omdat de wettelijke regeling bedoeld is om belastingontwijking te voorkomen door het kunstmatig splitsen van aandelenbezit binnen vijf jaar.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en de navorderingsaanslag, en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd de aanslag definitief afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en veroordeelt de Staatssecretaris in proceskosten en griffierecht.