ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7287
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Feith
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging conservatoir beslag en niet-vatbaarheid kredietruimte voor derdenbeslag
In deze zaak stond de vraag centraal of vijf conservatoire beslagen, gelegd door geïntimeerde 1 ten laste van appellante, terecht waren gelegd en of kredietruimte bij een bank vatbaar is voor derdenbeslag. De beslagen betroffen vorderingen uit hoofde van een voergeldcontract en een betwist vervolgcontract.
Het hof overwoog dat de aanspraak op uitvoering van betalingsopdrachten aan de bank voortvloeit uit het uitoefenen van een wilsrecht door appellante en geen zelfstandig vermogensrecht vormt dat voor beslag vatbaar is. Dit betekent dat kredietruimte geen beslagobject kan zijn. Verder werd bevestigd dat het toetsingskader voor het opheffen van conservatoire beslagen verschilt van dat voor het beëindigen van retentierechten.
De grieven van appellante en geïntimeerde 1 werden afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellante en geïntimeerde 1 in de kosten van het hoger beroep. De kwestie over de omvang van de vorderingen en het bestaan van het vervolgcontract zal in de bodemprocedure worden behandeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en oordeelt dat kredietruimte geen voor derdenbeslag vatbaar vermogensrecht is.