ECLI:NL:RBUTR:2004:AR6156
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsopdrachten na faillissement en verrekening door bank
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen de curator van de failliete vennootschappen Meijssen Loon 3 B.V. en Meijssen Loon 11 B.V. en de Coöperatieve Rabobank Nederweert over betalingen die de bank na faillissement had uitgevoerd en verrekend. De curator vorderde terugbetaling van bedragen die volgens hem onrechtmatig uit het faillissementsvermogen waren onttrokken.
De rechtbank stelde vast dat Meijssen 3 en Meijssen 11 na hun faillissement betalingsopdrachten hadden gegeven die de bank had uitgevoerd. Volgens de Faillissementswet was de failliet vanaf de faillietverklaring niet meer bevoegd over zijn vermogen te beschikken. De bank had echter betalingen verricht en haar vorderingen daarop verrekend met tegoeden van de failliete vennootschappen, wat niet was toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat de curator recht had op ongedaanmaking van de debitering van de G-rekening van Meijssen 3 en een deel van de rekening-courant van Meijssen 11. Betalingen die voortkwamen uit een saldocompensatieovereenkomst tussen de bank en Meijssen Groep vielen niet onder het faillissementsvermogen, zodat de curator daarvoor geen aanspraak had.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van de procedure werden tussen partijen gecompenseerd. De bank werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 15.095,26 plus wettelijke rente aan de curator.
Uitkomst: De bank is veroordeeld tot terugbetaling van € 15.095,26 plus wettelijke rente aan de curator wegens onrechtmatige betalingen en verrekeningen na faillissement.