ECLI:NL:GHSHE:2002:AF4554
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Bod
- Kranenburg
- Smeenk-Van der Weijden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vonnis conservatoir beslag in bouwgeschil na fusie
In deze zaak stond een hoger beroep centraal tegen een vonnis van de voorzieningenrechter inzake conservatoir beslaglegging door appellant tegen geïntimeerde, een BV die was gefuseerd met de oorspronkelijke aannemer. Appellant vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatige daad van de aannemer, waaronder herstel- en afbouwkosten en huurderving.
De voorzieningenrechter had het beslag gedeeltelijk opgeheven en het bedrag van de vordering verlaagd van €680.720 naar €455.000, waarna geïntimeerde een bankgarantie stelde. Appellant betwistte deze beslissing en stelde dat het bedrag onterecht was verlaagd en dat het beslag niet had mogen worden opgeheven.
Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter bevoegd was het bedrag te verlagen en dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn vordering niet ondeugdelijk was. Het hof stelde vast dat de beslagen inmiddels waren opgeheven na het stellen van de bankgarantie en dat geïntimeerde onvoldoende had onderbouwd dat zij daardoor ernstig werd geschaad.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vorderingen van geïntimeerde af. Tevens veroordeelde het hof geïntimeerde in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. De zaak blijft inhoudelijk verder behandeld worden in de schadestaatprocedure.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van geïntimeerde af.