ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1218
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Feddes
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnissen inzake aansprakelijkheid en verjaring bij internationaal wegvervoer onder CMR
In deze civiele zaak vordert Framptons Ibérica betaling van een schadebedrag en CMR-rente van [appellante], die als ondervervoerder betrokken was bij het transport van goederen van Barcelona naar Duitsland. De rechtbank had de vordering toegewezen, waarbij was geoordeeld dat sprake was van opvolgend vervoer en dat de verjaringstermijn tijdig was gestuit.
Het hof stelt vast dat er geen sprake was van opvolgend vervoer in de zin van art. 34 CMR Pro, maar van ondervervoer, omdat [appellante] de goederen niet van een eerdere vervoerder heeft overgenomen en zelf een vrachtbrief heeft opgesteld. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijke verjaringstermijn, die volgens art. 32 CMR Pro geldt.
De stuiting van de verjaring door schriftelijke aanmaningen wordt door het hof bevestigd, waarbij ook meerdere aanmaningen tijdens de lopende verjaringstermijn als rechtsgeldig worden aangemerkt. Het hof verwierp het verweer van [appellante] dat stuiting door aanmaning niet mogelijk zou zijn.
Verder oordeelt het hof dat de chauffeur geen opzet of grove schuld had, maar dat het onbemand parkeren van de vrachtwagen niet aan de zorgvuldigheidseisen voldeed. De rechtbankvonnissen worden onder verbetering en aanvulling van gronden bekrachtigd, en [appellante] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep.