ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7673
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsheffing Meststoffenwet: rechtmatigheid en tariefverschillen bevestigd
Belanghebbende, een producent van dierlijke meststoffen, betaalde in 1998 een bestemmingsheffing van fl. 100,-- op grond van de Meststoffenwet. Hij voerde bezwaar aan tegen deze heffing en stelde dat de heffing in strijd was met EG-regelgeving en het EVRM, en dat de wetgever geen twee tarieven mocht hanteren, noch het lagere tarief afhankelijk mocht maken van een accountantsverklaring.
Het Gerechtshof stelde vast dat de bestemmingsheffing onderdeel is van het binnenlandse belastingstelsel en dat er geen strijd is met Europese regelgeving of het EVRM. De wetgever had de twee tarieven gemotiveerd ingevoerd om administratieve lasten te reguleren en het overleggen van een accountantsverklaring te stimuleren. Dit lagere tarief van fl. 100,-- is dus rechtmatig.
Het Hof verwierp de bezwaren van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende verplicht was aangifte te doen en dat de wetgever niet discrimineerde met de verschillende tarieven. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de bestemmingsheffing wordt ongegrond verklaard.