ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6775
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- J.W. van der Voort
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt afwijzing verzoek toepassing artikel 18 Wet inkomstenbelasting 1964 bij gedeeltelijke staking onderneming
Belanghebbende, een zelfstandig ondernemer in de autobranche, bracht zijn onderneming in een B.V. in. Hij verkocht het tankstation, dat ongeveer 20% van de ruimte en 55% van de omzet van de onderneming vertegenwoordigde, en zette de overige activiteiten voort op een andere locatie. De Inspecteur wees het verzoek tot toepassing van artikel 18 Wet Pro inkomstenbelasting 1964 af, stellende dat niet aan de voorwaarden was voldaan omdat het tankstation was verkocht en de exploitatie was gestaakt.
Het Hof stelde vast dat het tankstation een wezenlijk deel van de onderneming uitmaakte, maar dat de overige activiteiten als zelfstandige onderneming achterbleven. Het afstoten van het tankstation werd aangemerkt als een gedeeltelijke staking, wat niet gelijkstaat aan overdracht of liquidatie van de onderneming. Daarom werd het verzoek onterecht afgewezen.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak en beschikking, en verordonneerde dat de Inspecteur opnieuw op het verzoek beslist. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Het arrest benadrukt het onderscheid tussen een wezenlijk deel en een zelfstandig deel van een onderneming en bevestigt dat gedeeltelijke stakingen niet automatisch leiden tot het vervallen van fiscale faciliteiten zoals de geruisloze overgang.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de afwijzing van het verzoek en gelast de Inspecteur opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.