ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1526
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten kinderopvang als buitengewone lasten in inkomstenbelasting
Belanghebbende, gehuwd en met twee jonge kinderen, maakte aanspraak op aftrek van kosten kinderopvang als buitengewone lasten in zijn aangifte inkomstenbelasting 1997. Hij bracht kosten van kinderopvang en een bedrag voor het gebruik van een tweede auto in aftrek. De Inspecteur weigerde de extra aftrek van 30% op de kosten van kinderopvang toe te staan.
Het Hof overwoog dat de wettelijke regeling, zoals neergelegd in artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990, de aftrek van kinderopvangkosten beperkt en dat de kosten van het gebruik van de tweede auto niet aftrekbaar zijn. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel, met verwijzing naar arresten van de Hoge Raad, werd afgewezen omdat de wetgever inmiddels binnen een redelijke termijn de ongelijke behandeling had opgeheven.
Het Hof concludeerde dat het niet aan de rechter is om zelf een keuze te maken voor een oplossing bij ongelijke behandeling, maar dat dit aan de wetgever toekomt. Het beroep van belanghebbende werd daarom verworpen en de bestreden uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op extra aftrek van kosten kinderopvang wordt afgewezen en de bestreden uitspraak bevestigd.