ECLI:NL:HR:2001:AB0163
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongelijke behandeling bij aftrek kinderopvangkosten tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995, waarin de aftrek wegens uitgaven voor kinderopvang voor gehuwden werd berekend door hun inkomens samen te voegen, terwijl dit bij ongehuwd samenwonenden niet gebeurde. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het besluit bevestigd.
In cassatie stelde belanghebbende dat deze regeling in strijd was met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR Pro, omdat zij als gehuwde ongelijk werd behandeld ten opzichte van ongehuwd samenwonenden. De Hoge Raad oordeelde dat de regeling voortvloeit uit de wettelijke en uitvoeringsbepalingen die het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden rechtvaardigen. De wetgever heeft een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor deze ongelijke behandeling, mede gelet op verschillen in maatschappelijke positie.
De Hoge Raad verwierp voorts het betoog dat de besluitgever zijn bevoegdheid te buiten was gegaan en bevestigde dat de minister van Financiën zelfstandig de inkomensafhankelijke drempelbedragen kan vaststellen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep werd verworpen en het arrest werd op 21 februari 2001 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.