ECLI:NL:HR:1997:AA3327
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongelijke fiscale behandeling van kinderopvangkosten in inkomstenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen over 1992, waarbij een deel van de kosten voor kinderopvang niet werd toegelaten als aftrekpost. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de fiscale behandeling van de kosten kinderopvang ongelijk was, omdat bij de aftrek in de inkomstenbelasting het gezamenlijke inkomen van echtgenoten wordt meegewogen, terwijl bij loonbelasting alleen het loon van de werknemer wordt meegenomen.
De Hoge Raad overwoog dat deze ongelijke behandeling voortkomt uit uitvoerings- en privacyaspecten die spelen bij de loonbelasting, maar niet bij de inkomstenbelasting. De kinderopvangresoluties zijn gebaseerd op het uitgangspunt van het gezamenlijke inkomen bij gesubsidieerde kinderopvang. Hoewel dit leidt tot ongelijke fiscale behandeling, is het niet aan de rechter om hierin een oplossing te bieden, mede omdat passende oplossingen vooral in de sfeer van de loonbelasting liggen.
De Hoge Raad concludeert dat de middelen tot cassatie niet slagen en wijst het beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend. Dit arrest bevestigt de bestaande praktijk en laat de ongelijke behandeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.