ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6096
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- P.J.M. Bongaarts
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorziening klantenvergoedingen agenten op fiscale balans 1992
In deze zaak stond centraal of belanghebbende op haar fiscale balans per 31 december 1992 een voorziening mocht vormen voor de verplichting tot betaling van klantenvergoedingen aan haar agenten bij beëindiging van hun agentuurovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 442, Boek 7 BW.
Belanghebbende verklaarde ter zitting dat de agentuurovereenkomsten geen toekomstige voordelen voor haar opleverden, mede omdat er geen contractuele duurverhouding tussen klanten en agenten bestond. De Inspecteur betwistte dit niet. Het hof achtte daarom niet aannemelijk dat agenten aanspraak konden maken op klantenvergoedingen, aangezien het vereiste dat de overeenkomsten via agenten aanzienlijke voordelen voor de principaal opleveren, ontbrak.
Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan het vereiste van een redelijke mate van zekerheid dat de verplichtingen tot klantenvergoedingen zich in de toekomst zouden voordoen. Dat belanghebbende in latere jaren onverplicht uitkeringen aan agenten heeft gedaan, deed hieraan niet af, omdat het geschil zich beperkte tot de vraag of een voorziening gevormd kon worden op grond van artikel 442 Boek Pro 7 BW.
Daarom werd de voorziening niet toegestaan en werd het gelijk aan de zijde van de Inspecteur gesteld. Het hof veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen voorziening mag worden gevormd voor klantenvergoedingen aan agenten op de fiscale balans per 31 december 1992.