ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3583
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mrs. Bijl
- mrs. Vrouwenvelder
- mrs. Meussen
- Rechtspraak.nl
Geen voorziening voor toekomstige klantenvergoeding bij beëindiging agentuurovereenkomst
Belanghebbende, exploitant van een vennootschap onder firma met handelsagenten, vormde in de fiscale jaarrekening 1998 een voorziening voor een mogelijke toekomstige klantenvergoeding aan deze agenten. Deze vergoeding is gebaseerd op art. 7:442 BW Pro en betreft een vergoeding voor nieuwe klanten of uitbreiding van bestaande klanten die de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren.
De inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting en betwistte de vorming van de voorziening. Het hof overwoog dat de klantenvergoeding gelijkgesteld kan worden aan een betaling voor goodwill, welke een actiefpost vormt. Een voorziening betreft echter een passiefpost voor kosten die aan de balansdatum kunnen worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat de toekomstige klantenvergoeding niet aan de verstreken periode kan worden toegerekend, maar aan de toekomst, en dat er onvoldoende redelijke mate van zekerheid bestaat dat de vergoeding daadwerkelijk betaald zal worden. Ook is de volledige voorziening zonder rekening te houden met opbouwperiode, kans op uitbetaling of contante waarde in strijd met goed koopmansgebruik.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde dat geen voorziening voor klantenvergoedingen mag worden gevormd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen voorziening mag worden gevormd voor toekomstige klantenvergoedingen.