ECLI:NL:GHSHE:1997:AA4389
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende drijft onderneming via maatschap met echtgenoot in tandartspraktijk
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de vraag of zij winst uit onderneming genoot vanwege haar werkzaamheden in de tandartspraktijk van haar echtgenoot. De praktijk werd gezamenlijk uitgeoefend via een maatschap die op 1 januari 1991 was aangegaan, waarbij de echtgenoot 75% en belanghebbende 25% van de winsten en verliezen droeg.
De Hoge Raad had kort tevoren geoordeeld dat deelname in een ondermaatschap waarbij kapitaal en arbeid worden ingebracht, ondernemerschap kan opleveren in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof paste deze criteria toe en concludeerde dat belanghebbende door haar deelname in de maatschap een onderneming dreef, ook al verrichtte zij feitelijk ondersteunende werkzaamheden en trad zij niet zelfstandig naar buiten.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak van de Inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op fl. 26.278,--, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Hiermee werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op fl. 26.278,--.