ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6657
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- J.A.C. Bartels
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens seksueel misbruik en onttrekking minderjarige aan gezag met voorwaardelijke PIJ-maatregel
De verdachte en zijn medeverdachte hebben een meisje van vijf jaar oud uit haar ouderlijk gezag gelokt, haar meegenomen naar een woning en vervolgens seksuele handelingen met haar gepleegd. Na het misbruik lieten zij het slachtoffer alleen achter op een plek die een half uur lopen verwijderd was van haar woonadres, zonder haar moeder te informeren.
In hoger beroep werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het seksueel binnendringen van het slachtoffer heeft gepleegd en haar bewust heeft onttrokken aan het wettig gezag. De verklaring van het slachtoffer en medeverdachte werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks het jonge slachtoffer en de omstandigheden van het verhoor.
De gedragsdeskundigen rapporteerden dat de verdachte leed aan meerdere psychische stoornissen, waaronder ADHD, reactieve hechtingsstoornis en een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis, met een zorgelijke ontwikkeling en een hoog recidiverisico. Gezien het grensoverschrijdende gedrag en het risico op voortijdig afbreken van de civiele behandeling, legde het hof een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) op met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van EUR 1.000,-- toegewezen aan het slachtoffer, te betalen door de voogdijinstelling die tevens verantwoordelijk is voor de naleving van de bijzondere voorwaarden. Het hof benadrukte het belang van behandeling voor de ontwikkeling van de verdachte en de bescherming van de maatschappij.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke PIJ-maatregel met bijzondere voorwaarden en een immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.