ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8507
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.J.H. van Meegen
- J.E.H.M. Pinckaers
- A.G. Scheele-Mülder
- Rechtspraak.nl
Huurbetaling niet verschuldigd door verstoring huurgenot na onrechtmatige verwijdering eigendommen huurder
In deze zaak huurde DNO een pand van [appellante] voor kantoor- en bedrijfsruimte. Op 8 juli 2009 werden diverse eigendommen van DNO, waaronder meubilair, monsters, telefoons en administratie, onrechtmatig uit het pand verwijderd door de eigenaar van het pand en echtgenoot van [appellante]. Hierdoor verstoorde DNO haar huurgenot en verliet het pand in juli 2009, waarna zij vanaf 1 augustus 2009 geen huur meer betaalde.
De kantonrechter wees de vordering van [appellante] tot betaling van huurpenningen over de periode van 1 augustus 2009 tot 1 mei 2010 af, omdat DNO door aan [appellante] toe te rekenen omstandigheden verstoken was gebleven van het huurgenot. [appellante] ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij niets met het incident te maken had en dat de inventaris niet was mee verhuurd.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 7:203 BW Pro de verhuurder verplicht is het gehuurde ter beschikking te stellen en dat het ongestoord gebruik door DNO niet gegarandeerd kon worden door de nauwe band tussen verhuurder en eigenaar die de goederen verwijderde. Het hof vond het onaanvaardbaar om DNO huur te laten betalen over de periode waarin zij geen gebruik kon maken van het pand. Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en werd [appellante] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurder is geen huur verschuldigd over periode 1 augustus 2009 tot 1 mei 2010 wegens verstoring huurgenot door verhuurder en diens echtgenoot.