ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0133
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en toepassing vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2003 en 2004 nadat het negatieve inkomen van haar fiscale partner over 2005 definitief was vastgesteld. Zij voerde aan dat zij erop mocht vertrouwen dat haar belastingaanslagen definitief waren, omdat het negatieve inkomen van haar partner al in 2007 bekend was, terwijl de verrekening pas in 2009 plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur door het langdurig stilzitten het vertrouwen van belanghebbende had gewekt dat geen navorderingsaanslagen meer zouden volgen, en verklaarde het beroep gegrond. Het Gerechtshof vernietigde deze uitspraak en bevestigde de navorderingsaanslagen, stellende dat de Inspecteur binnen de wettelijke navorderingstermijn van artikel 16, lid 6, AWR bleef.
Het hof overwoog dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het tijdsverloop niet heeft geleid tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat de aanslagen definitief waren, mede omdat het optreden van de Inspecteur ten aanzien van de partner niet parallel liep met dat ten aanzien van belanghebbende. Ook was er geen sprake van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslagen en verwerpt het beroep op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel.