ECLI:NL:GHSGR:2011:BU9538
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- S.A.W.J. Strik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsbevoegdheid vennootschapsbelasting fiscale eenheid volgens artikelen 4 en 5 BRK
Belanghebbende, een tophoudstermaatschappij gevestigd op Curaçao, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2001, waarbij de Inspecteur het volledige belastbare bedrag van €461.679 tegen het normale tarief had belast. Belanghebbende stelde primair dat artikel 25 BRK Pro niet van toepassing was en dat slechts over een deel van het bedrag belasting verschuldigd was, en subsidiair dat een deel tegen het verlaagde tarief van 4% volgens artikel 25 BRK Pro belast moest worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof sloot zich aan bij deze uitspraak. Het hof oordeelde dat belanghebbende als moedermaatschappij van een fiscale eenheid beschikt over een vaste inrichting in Nederland en dat de heffingsbevoegdheid daarom volgens artikel 4 en Pro 5 BRK verdeeld wordt. Artikel 25 BRK Pro, dat een uitbreiding van de heffingsbevoegdheid van het land van oprichting regelt, is niet van toepassing.
Verder verwierp het hof het beroep van belanghebbende op de Europese verdragsvrijheden, omdat de toegepaste verdeling van de heffingsbevoegdheid internationaal geaccepteerd is en geen onrechtmatige belemmering vormt. Ook werden de door belanghebbende aangevoerde procedurefouten onvoldoende geacht om de eerdere uitspraken te herzien.
Het hof bevestigde daarmee de aanslag en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen sprake was van misbruik van procesrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.