ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9015
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijswaardering aanvullende afspraken huurbetaling woonruimte
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een woonruimte met een maandelijkse huurprijs van €404,40. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur, proceskosten en rente. De huurder erkende geen huur te hebben betaald, maar stelde dat er een aanvullende overeenkomst was gesloten waarin huurvrijstelling werd afgesproken totdat een huisvestingsvergunning was verkregen en achterstallig onderhoud werd verricht.
De huurder bracht een onderhandse akte van 21 maart 2007 in het geding als bewijs van deze aanvullende afspraken. De verhuurder betwistte de echtheid en geldigheid van deze akte. De rechtbank stelde de huurder in de gelegenheid bewijs te leveren, onder meer door het horen van getuigen. De rechtbank oordeelde dat de huurder niet in zijn bewijsopdracht was geslaagd en wees de vorderingen van de verhuurder toe.
In hoger beroep klaagde de huurder over de bewijswaardering en het buiten beschouwing laten van bepaalde verklaringen. Het hof oordeelde dat de getuigenverklaringen van de verhuurder overtuigender waren dan die van de huurder en dat de aanvullende overeenkomst niet was bewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de huurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de verhuurder toe wegens onvoldoende bewijs van aanvullende huurvrijstellingsovereenkomst.