ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7892
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt formele rechtskracht last onder dwangsom tegen stuwadoor USA
USA, een stuwadoor, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van milieuregels bij de export van afvalstoffen. De last verbiedt uitvoer van bepaalde afvalstoffen zonder naleving van procedures. Na geconstateerde overtredingen op haar terrein, waaronder het aantreffen van twistlocks, transportbanden, motorblokken en koelkasten met verboden koudemiddelen, werd USA aangesproken voor verbeurde dwangsommen.
USA voerde aan niet verantwoordelijk te zijn omdat zij slechts stuwadoor is en geen kennisgever, en dat zij geen controleplicht had over de goederen. Ook stelde zij dat de last te breed was en dat de formele rechtskracht niet mocht gelden vanwege eerdere bestuursrechtelijke uitspraken. Het hof verwierp deze verweren en bevestigde dat USA maatregelen had moeten nemen om overtredingen te voorkomen.
De vennoten TTA en Ter Haak werden hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de schulden van USA. Het hof oordeelde dat de civiele rechter uitgaat van de formele rechtskracht van de last, en dat USA zich had moeten onthouden van handelingen die de overtreding van de last betekenden. Het verzet tegen het dwangbevel werd ongegrond verklaard, met uitzondering van een deel over koelkasten, waartegen de Staat incidenteel succesvol opkwam.
De uitspraak benadrukt de reikwijdte van de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke last onder dwangsom in civiele procedures en bevestigt de aansprakelijkheid van stuwadoors voor naleving van milieuregels bij export.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet van USA ongegrond en bevestigt de invordering van de dwangsommen met hoofdelijkheid van de vennoten.