ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6917
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beëindigingsvergoeding geen voordeel uit deelneming; vergrijpboete terecht opgelegd
Belanghebbende, een fiscale eenheid met [A] B.V., ontving in 2004 een beëindigingsvergoeding na het verbreken van een managementovereenkomst met [D]. Deze vergoeding werd deels als voordeel uit hoofde van een deelneming opgegeven, waarop de deelnemingsvrijstelling werd toegepast. De Inspecteur corrigeerde dit en legde een aanslag en een vergrijpboete op.
De rechtbank oordeelde dat het aandeel in [D] geen waarde had boven de nominale waarde, omdat het aandeel niet vrij verhandelbaar was en de winst van [D] vrijwel geheel werd uitgekeerd als managementvergoeding. De beëindigingsvergoeding werd daarom niet als voordeel uit deelneming aangemerkt en de boete werd bevestigd.
Belanghebbende stelde dat de vergoeding deels compensatie was voor gemiste dividenduitkeringen en dat de boete onterecht was vanwege een pleitbaar standpunt en schending van het gelijkheidsbeginsel. Het Hof verwierp deze argumenten en bevestigde dat de vergoeding voortvloeit uit de managementovereenkomst en niet uit de deelneming.
Het Hof concludeerde dat het standpunt van belanghebbende niet pleitbaar was en dat de boete terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de beëindigingsvergoeding geen voordeel uit deelneming is en verklaart de vergrijpboete terecht opgelegd.