ECLI:NL:GHSGR:2010:BP4314
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op bijdragen Europees Parlement aan vrijwillige pensioenregeling
Belanghebbende, lid van het Europees Parlement van 1994 tot 1999, nam deel aan een vrijwillige pensioenregeling waarbij het Europees Parlement tweederde van de premie betaalde. De Inspecteur rekende deze bijdragen over de jaren 1994 tot en met 1999 in één keer tot het belastbare inkomen van belanghebbende voor het jaar 1999. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de bijdragen niet of jaarlijks belast hadden moeten worden en dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had op onbelaste behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de regeling niet kwalificeert als pensioenregeling in de zin van de Wet LB en dat het recht op pensioen pas na vijf jaar premiebetaling onvoorwaardelijk wordt, waardoor de belastingheffing in 1999 terecht was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden eveneens. Het Gerechtshof onderschreef deze overwegingen en verwierp het beroep van belanghebbende op gewekt vertrouwen, mede omdat geen sprake was van onjuiste voorlichting of handelingen in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur.
Het hof bevestigde dat de aanslag correct was vastgesteld en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen. De zaak werd aangehouden tot de Hoge Raad uitspraak deed in een vergelijkbare zaak, waarna het arrest werd gewezen op 21 december 2010.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de bijdragen van het Europees Parlement aan de vrijwillige pensioenregeling terecht in één keer tot het belastbare inkomen zijn gerekend en verklaart het hoger beroep ongegrond.