ECLI:NL:GHSGR:2010:BP1556
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- S.J. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep inzake exhibitieplicht in civiele procedure tegen Fortis Bank
In deze civiele procedure vorderden geïntimeerden dat Fortis Bank aansprakelijk werd gesteld voor onrechtmatig handelen in verband met een Ponzi-zwendel gefaciliteerd via haar filiaal. Fortis stelde incidenteel een vordering tot overlegging van stukken op grond van diverse wetsartikelen, waaronder artikel 843a Rv. De rechtbank Rotterdam wees deze vordering af, waarna Fortis hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat het vonnis van de rechtbank, waarin de exhibitieplicht werd afgewezen, een tussenvonnis betreft waartegen ingevolge artikel 337, tweede lid Rv geen tussentijds hoger beroep openstaat. Fortis kon niet worden gevolgd in haar stelling dat sprake was van een provisioneel vonnis of een (gedeeltelijk) eindvonnis. Het beroep was derhalve niet ontvankelijk.
Als gevolg daarvan werd Fortis veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest bevestigt de restrictieve toepassing van tussentijds hoger beroep bij beslissingen die de voortgang en instructie van de zaak betreffen, ter voorkoming van fragmentatie en vertraging van de procedure.
Uitkomst: Fortis wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten.