ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8207
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. Reinking
- D.J.C. van den Broek
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Gemeente veroordeeld voor illegaal lozen afvalwater via riooloverstort
Het gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep geoordeeld dat de gemeente in de periode van 1990 tot 2001 zonder vergunning via een riooloverstort afvalwater heeft geloosd in oppervlaktewater nabij een perceel te Ameide. Dit handelen was opzettelijk en zonder vergunning, in strijd met de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
De gemeente werd vrijgesproken van het tenlastegelegde bodemverontreiniging omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de lozingen daadwerkelijk tot bodemverontreiniging hadden geleid. De verdediging voerde onder meer aan dat er sprake was van een gedoogbeleid en dat de gemeente een vergunning had kunnen verkrijgen, maar het hof verwierp deze verweren.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was en dat de vervolging niet onredelijk of onrechtvaardig was, ondanks het lange tijdsverloop en het landelijke gedoogbeleid. De gemeente werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 17.500 euro met een proeftijd van twee jaar. Een civiele procedure voor schadevergoeding werd als passend beschouwd, omdat de benadeelden zich niet als partij in het strafproces hadden gevoegd.
Uitkomst: Gemeente veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 17.500 euro wegens illegaal lozen van afvalwater via riooloverstort.