ECLI:NL:GHSGR:2010:BN7111
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling onroerende zaken en bodemverontreiniging in WOZ-zaak
In deze WOZ-zaak is in hoger beroep geschil over de waarde van drie onroerende zaken: twee winkels en een bovenwoning, gelegen aan verschillende adressen in Middelburg. De Inspecteur had de waarden vastgesteld op basis van huurwaarde en kapitalisatiefactor, rekening houdend met bodemverontreiniging. Belanghebbende betwistte de hoogte van de waarden en stelde dat de bodemverontreiniging onvoldoende vergelijkbaar was bij referentieobjecten en dat de kapitalisatiefactor onverklaard was verhoogd.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor de woning en de waarde verlaagd, maar de waarden van de winkels en bovenwoning gehandhaafd. Het hof vernietigt dit oordeel voor de winkels omdat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemverontreiniging bij referentieobjecten vergelijkbaar was en onvoldoende inzicht gaf in de kapitalisatiefactor. De door belanghebbende gestelde lagere waarden voor de winkels worden daarom gevolgd.
Voor de bovenwoning oordeelt het hof dat de Inspecteur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede gelet op referentieobjecten en een waardedruk wegens bodemverontreiniging. De proceskosten worden aan de Inspecteur opgelegd en de griffierechten aan belanghebbende vergoed. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 8 september 2010.
Uitkomst: WOZ-waarden van twee winkels worden verlaagd, waarde van bovenwoning blijft ongewijzigd.